EU-regels voor cosmetica

Maakt u of importeert u cosmetische producten? Dan moet u zich houden aan de regels uit de Cosmeticaverordening en het Warenwetbesluit cosmetische producten.

In de verordening Cosmeticaverordening EG 1223/2009 en in het Warenwetbesluit cosmetische producten 2011 zijn regels vastgelegd op het gebied van:

  • Productinformatie: het is wettelijk verplicht een dossier met productinformatie te hebben. In dit dossier staat onder andere uit welke stoffen het product is samengesteld en in welke concentraties.
  • Productveiligheid: u moet de veiligheid van uw product(en) aantonen. Daarvoor hebt u een productveiligheidsrapport nodig. De beoordeling van de veiligheid is gebaseerd op de toxicologische eigenschappen van de stoffen in het cosmetische product en de blootstelling aan het product, en is opgesteld door een voldoende gekwalificeerd persoon. Zie document Veiligheidsbeoordelaar onder de Cosmeticaverordening.
  • Etikettering: volgens de wet moet het etiket van cosmetische producten onder andere voorzien zijn van: functie product, naam en adres fabrikant/importeur, hoeveelheid, gebruiksvoorwaarden en waarschuwing, land van productie, batch of codenummer, datum minimale houdbaarheid en ingrediënten.
  • Vervaardiging van cosmetische producten: de productie van cosmetische producten dient te geschieden volgens 'goede productiepraktijken' ook wel GMP (Good manufacturing practice genoemd). De NVWA hanteert hierbij de norm NEN-EN-ISO 22716. Door GMP zijn eisen gesteld aan onder andere: kwaliteitscontrole (waterkwaliteit en omgaan met grondstoffen et cetera), productie (organisatie, productie, machines et cetera), verpakken van producten, opslag, klachtenbehandeling, hygiëne en documentatie.
  • Dierproeven: dierproeven met cosmetica zijn in heel Europa bij wet verboden. Dit geldt ook voor het testen van ingrediënten voor cosmetica. Ook geldt een handelsverbod voor cosmetische producten waarvan de ingrediënten door dierproeven zijn getest. Voor de meeste dierproeven zijn goede alternatieve testmethoden om de veiligheid van uw product vast te stellen.
  • Notificeren van cosmetische producten.

Meer over Etikettering

Productinformatiedossier

Als bedrijf moet u de veiligheid van uw product(en) aantonen. U moet  daarom over een productinformatiedossier met een productveiligheidsrapport waarin productveiligheidsinformatie en een productveiligheidsbeoordeling zit beschikken. De productveiligheidsbeoordeling is gebaseerd op de toxicologische eigenschappen van de stoffen in het cosmetische product en de blootstelling aan het product. In dit productveiligheidsrapport staat bijvoorbeeld welke ingrediënten er in het cosmetisch product zitten en een beschrijving van het te voorziene gebruik. Hiermee zegt/verklaart de producent dat het product veilig is voor de consument.

Aangescherpte eisen per 11 juli 2013

  • Claims op producten (artikel 20); in Verordening EU 655/2013 zijn algemene criteria vastgesteld waaraan beweringen (claims) op cosmetische producten moeten voldoen.
  • Etikettering van nanodeeltjes artikel 19.lid g. Ingrediënten die in de vorm van nanomateriaal in het product zijn verwerkt moeten in de ingrediëntendeclaratie apart worden aangeduid. De INCI-naam van het ingrediënt wordt gevolgd door het woord nano tussen haakjes. Bijvoorbeeld 'zinc oxide (nano)'. Meer over nanotechnologie

Sporen van verboden stoffen

Cosmetica kunnen verontreinigd zijn met sporen van verboden stoffen. Artikel 17 van de Cosmeticaverordening 1223/2009 voorziet in een regeling voor sporen van verboden stoffen. De Cosmeticaverordening staat deze sporen onder voorwaarden toe. Welke voorwaarden dat zijn leest u in de toelichting.