Beregeningsverboden consumptieaardappelen, zetmeelaardappelen en tomaten

In Nederland zijn er bepaalde gebieden waar u voor de teelt van consumptieaardappelen, zetmeelaardappelen en tomaten geen oppervlaktewater mag onttrekken aan watergangen.

Op de pagina Verbodsgebieden gebruik oppervlaktewater vindt u uitleg hierover. Op de kaart wordt aangegeven waar deze gebieden zich bevinden.

Inhoud beregeningsverbod

Bepalend voor het beregeningsverbod is de plek waar het water wordt opgepompt voor beregening of bespuiting. Deze mag niet in een beregeningsverbodsgebied liggen. Daarbij geldt het volgende:

  • Het verbod geldt voor het beregenen én het bespuiten van aardappelen.
  • Voor het gebruik van leidingwater, regenwater en bronwater gelden geen beperkingen.
  • Overstromingen worden ook aangemerkt als (niet toegestaan) gebruik van oppervlaktewater. Het verbod geldt eveneens voor beregening voorafgaande aan het poten, bijvoorbeeld ter verbetering van de structuur van percelen.
  • Gebruik van bronwater en kwelwater, opgeslagen in afgesloten sloten, is onder voorwaarden toegestaan. Op de pagina Toegestaan watergebruik staat een toelichting op het veilig gebruik van sloten voor opslag van bronwater en kwelwater.
  • Gebruik van ontsmet oppervlaktewater is niet toegestaan. Meer informatie hierover vindt u op de pagina Ontsmetten oppervlaktewater.

Beregeningsverbod voor pootgoed

Sinds 2005 geldt voor de teelt van pootaardappelen in heel Nederland een wettelijk verbod op het gebruik van oppervlaktewater voor de teelt van pootgoed. Het verbod geldt voor NAK-pootgoed, ATR-pootgoed én TBM-pootgoed. De hierboven genoemde punten gelden ook voor pootaardappelen.

De impact van een besmetting van pootaardappelen met bruinrot is groot. De besmetting kan zich in meerdere teelten opbouwen. Bij het aantreffen van bruinrot legt de NVWA maatregelen op bij alle bedrijven die klonaal verwante aardappelen in bezit hebben. Ook op het pootgoedbedrijf waar de besmetting is ontstaan, kunnen maatregelen worden opgelegd.

Risico's voor met name pootgoed

Blijvende aandacht voor de risico's van de teelt van (poot)aardappelen nabij oppervlaktewater is noodzakelijk, zeker in en nabij beregeningsverbodsgebieden. Aardappelen kunnen door contact met besmet oppervlaktewater aangetast worden, bijvoorbeeld door onderstaande 7 oorzaken.

1. Overstromingen

Ook lokaal op een laag deel van het perceel. Aanbeveling: Het mijden van overstromingsgevoelige delen van percelen. Bij intensief contact met besmet water kan de besmetting al in het jaar van overstroming uit de toetsing blijken. Zie pagina Overstromingen en fouten voor meer informatie over hoe de impact van een overstroming verkleind kan worden.

2. Overwaaiend beregeningswater, of een fout met het beregenen

Zorgvuldig beregenen van gewassen op naburige - en belendende percelen of het maken van afspraken met telers van naastgelegen gewassen is van belang.  Meestal blijkt de besmetting door beregening pas 1 of 2 jaar na de beregening. Meer informatie zie pagina Overstromingen en fouten.

3. Beregening van (stroken) consumptie- of zetmeelaardappelen welke tussen pootaardappelpercelen zijn gelegen

Op meerdere percelen worden vanwege de aanwezigheid van aardappelmoeheid AM-resistente aardappelen geteeld als bestrijdingsmaatregel. Bijna altijd zijn dit stroken die liggen tussen of direct grenzen aan percelen pootaardappelen. Beregening van dergelijke stroken met oppervlaktewater wordt beschouwd als een onverantwoord risico. Vaak zijn deze percelen smal en is overwaaien en/of mee-beregenen van het pootgoed onvermijdelijk. In voorkomende gevallen zal er geen afsplitsing van beregende delen binnen het pootgoedperceel plaatsvinden.

4. Onzorgvuldig gebruik van sloten die gebruikt worden voor opslag van bronwater

Op de pagina Toegestaan watergebruik staat een toelichting op het veilig gebruik van sloten voor opslag van bronwater en kwelwater.

5. Teelt van pootgoed op baggerslib

De overlevingsduur van bruinrot in bagger is circa 1 maand. Hou er rekening mee dat de bruinrotbacterie langer kan overleven in de aanwezige bitterzoetplanten in de bagger. Voorkom besmettingsrisico door de bagger dun uit te spreiden en hierop 1 jaar geen waardplanten te telen (vooral aardappel en raketblad).

6. Beregening voorafgaande aan het poten, bijvoorbeeld ter verbetering van de structuur van percelen

Besmetting kan optreden via onkruiden (bijvoorbeeld nachtschadeachtigen) of doordat de bruinrotbacterie enige tijd in de grond kan overleven. Het gebruik van oppervlaktewater voorafgaand aan de teelt van aardappelen is daarom ook verboden.

7. Beregening voorafgaande aan het rooien

Beregening wordt toegepast om een perceel ‘rooibaar’ te maken. Besmetting kan optreden via  wateropname van de aardappelen in de rug. Het gebruik van oppervlaktewater voorafgaand aan het rooien van aardappelen is daarom ook verboden.