Inspectieresultaten weekmakers in speelgoed 2023

Van sommige weekmakers is bekend dat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Daarom mogen ze maar beperkt gebruikt worden in speelgoed. In 2023 onderzocht de NVWA 60 stuks speelgoed op de aanwezigheid van deze weekmakers.

In het kort: bijna alle producten voldeden aan de eisen

Weekmakers zijn chemische stoffen die plastic buigzaam en soepel maken. Speelgoed met plastic onderdelen bevat vaak weekmakers. Binnen Europa gelden strenge regels voor weekmakers in speelgoed. Er mogen bijvoorbeeld niet te veel ftalaten in zitten. Dit is een bepaalde groep weekmakers die bij langdurige blootstelling aan hoge gehaltes schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Het gezondheidsrisico is groter bij een kwetsbare groep als kinderen.

Van april tot en met juni 2023 onderzochten wij plastic speelgoed voor verschillende leeftijden. In totaal onderzochten we 60 stuks speelgoed op de aanwezigheid van ftalaten. Hierbij zagen we 1 overtreding: een speelgoed rugzak bevatte meer van de ftalaten DBP (dibutylftalaat) en DEHP (bis(2-ethylhexyl)ftalaat) dan wettelijk is toegestaan.

Ook controle op etikettering

We controleerden ook of het speelgoed voldeed aan de eisen voor etikettering. Er was 1 product dat niet voldeed. Er stond bijvoorbeeld niet op vermeld voor welke leeftijd het speelgoed was. Dit kan ook een risico voor de veiligheid opleveren.

Inspectieresultaten

We keken naar plastic speelgoed voor verschillende leeftijden. Het ging om producten van 37 verschillende merken. De producten waren afkomstig van leveranciers van speelgoed, speelgoedwinkels, warenhuizen en online webshops.

Van de 60 stuks speelgoed waren er 2 die niet aan de eisen voldeden. 1 product bevatte meer ftalaten dan wettelijk is toegestaan. Het andere product voldeed niet aan de eisen voor etikettering.

Om juridische redenen is het ons niet toegestaan gegevens te delen die herleidbaar zijn naar het product of de fabrikant. Daarom vermelden we hier ook niet de productnaam, het merk, het type, de gegevens van de fabrikant, het verkooppunt of de barcode van het speelgoed.

Controle op ftalaten

Sommige ftalaten beïnvloeden het hormoonsysteem. Daardoor kunnen ftalaten invloed hebben op de vruchtbaarheid en op de ontwikkeling van het ongeboren kind. Daarom zijn er limieten opgesteld voor verschillende soorten consumentenproducten. Deze producten mogen maar een bepaald gehalte aan ftalaten bevatten: een bepaalde hoeveelheid milligram ftalataat per kilogram materiaal.

Er geldt ook een wettelijke beperking voor ftalaten in speelgoed. Jonge kinderen hebben vaak intensief huidcontact met speelgoed. Ook hebben ze de neiging om aan dingen te sabbelen. Hierdoor kunnen schadelijke stoffen die in speelgoed verwerkt zijn via de huid en via het speeksel in het lichaam van het kind terecht komen.

Wij bemonsterden het speelgoed en onderzochten het in ons laboratorium voor chemische productveiligheid op de volgende weekmakers:

  • BBP (benzylbutylftalaat)
  • DBP (dibutylftalaat)
  • DEHP (bis(2-ethylhexyl)ftalaat)
  • DIBP (di-isobutylftalaat)
  • DIDP (di-isodecylftalaat)
  • DINP (di-isononylftalaat)
  • DNOP (di-n-octylftalaat)

1 product bevatte meer DBP en DEHP dan wettelijk is toegestaan: 0,1 m% DBP en 0,18 m% DEHP. m% staat voor het gehalte aan weekmakers in massaprocent. Bij de andere 59 producten zagen we geen afwijkingen.

Controle van etikettering

We beoordeelden ook of de etikettering van de 60 producten voldeed aan de eisen van de Speelgoedrichtlijn (Richtlijn 2009/48/EG). Ook hier constateerden we een overtreding. Op het product stond niet vermeld voor welke leeftijd het bedoeld was. Verder ontbraken de CE-markering en de adresgegevens van de fabrikant. Bij de andere 59 producten zagen we geen afwijkingen op de etikettering.

Hoe hebben wij gehandhaafd?

Bij 1 product troffen we een overschrijding van het maximaal toegelaten gehalte aan ftalaten aan. Het ging om een rugzakje dat verkrijgbaar was in verschillende uitvoeringen (met verschillende kleuren). We hebben aanvullend onderzoek gedaan en monsters genomen van 5 rugzakjes in verschillende uitvoeringen. Deze hadden eveneens een te hoog gehalte aan weekmakers.

Hierdoor is een ernstig gezondheidsrisico geconstateerd. We hebben een RAPEX-melding (Rapid Exchange of Information) uitgestuurd om de autoriteiten van andere EU-lidstaten op de hoogte te brengen van dit risico.

Ook hebben we 5 rapporten van bevindingen opgesteld. Op basis hiervan kan het betreffende bedrijf een boete en/of maatregel opgelegd krijgen. Daarnaast moest het bedrijf aanvullende maatregelen nemen, zoals het staken van de verkoop en het leeghalen van de handelskanalen.

Daarnaast zagen we 1 product met afwijkingen in de etikettering. Dit kan een risico zijn voor de veiligheid. We hebben het bedrijf een officiële waarschuwing gegeven.

Vervolgaanpak: wij blijven toezicht houden

In Nederland willen we voorkomen dat speelgoed een gevaar oplevert voor kinderen. Daarom worden er strenge eisen gesteld aan speelgoed. Wij zien erop toe dat deze eisen worden nageleefd door fabrikanten, importeurs, groothandels en detaillisten.

Ook in 2024 houden wij vooral risicogericht toezicht. Dit doen we onder meer door te reageren op meldingen en door onderzoek te doen naar risicovol speelgoed. Daarnaast voeren we herinspecties uit bij bedrijven waar we vaker overtredingen constateren.

Aanvullend onderzoek naar alternatieve weekmakers

Producenten van plastic artikelen voegen vaak alternatieve weekmakers toe om plastic zachter te maken. Dit zijn weekmakers waarvan (nog) niet bekend is of ze een negatief effect op de gezondheid hebben. Het kunnen onschuldige stoffen zijn, maar het is ook mogelijk dat ze schadelijk zijn. Er zijn veel verschillende alternatieve weekmakers. Voor deze weekmakers zijn geen wettelijke limieten vastgesteld.

Wij hebben onderzocht of er alternatieve weekmakers zijn gebruikt in de 60 stuks speelgoed. Het ging om een verkennend onderzoek. Het onderzoek maakte duidelijk dat er alternatieve weekmakers waren gebruikt. Met de beschikbare analysetechnieken konden we niet met zekerheid vaststellen om welke weekmakers het ging en wat het gehalte was.

Vervolgaanpak

We hebben een vermoeden welke alternatieve weekmakers er zijn gebruikt. Samen met de risicospecialisten van BuRO gaan we bepalen naar welke van deze alternatieve weekmakers verder onderzoek moet worden gedaan met nauwkeuriger methoden.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kan de resultaten van ons toekomstige onderzoek delen met de Europese Commissie. Binnen Europa wordt namelijk bepaald of er wettelijke limieten moeten worden vastgesteld voor alternatieve weekmakers. De resultaten van ons onderzoek worden dan meegewogen bij de beslissing.