De cysten die aardappelmoeheid (AM) veroorzaken zijn moeilijk volledig uit te roeien. Maar u kunt als teler van pootaardappelen maatregelen nemen om verspreiding van aardappelmoeheid te voorkomen. Zoals het gebruiken van resistente rassen en het reinigen van uw machines. Sommige maatregelen zijn verplicht.

Maatregelen

Als teler van aardappelen heeft u de volgende mogelijkheden:

Houd u aan het teeltvoorschrift vruchtwisseling

U moet een rustperiode tussen de teelt van aardappelen aanhouden. Hierbij geldt een teeltfrequentie van maximaal eens in de 3 jaar op hetzelfde perceel. Deze regels staan in het teeltvoorschrift vruchtwisseling. Een ruimere rotatie werkt remmend op de opbouw van een AM besmetting.

Dit voorschrift geldt altijd voor de teelt van pootaardappelen. Voor de teelt van consumptie- en zetmeelaardappelen mag u in uitzonderlijke gevallen en onder voorwaarden afwijken van dit voorschrift.

Laat grondonderzoek doen

Laat periodiek vrijwillig grondonderzoek doen om een beginnende besmetting vroegtijdig te ontdekken zodat u tijdig gericht kunt gaan bestrijden. Doe dit het liefst na de aardappelteelt.

Voor de teelt van pootgoed heeft u een vrije uitslag van een officieel AM-grondonderzoek van de NAK nodig voordat u mag planten. Dit is vaak ook nodig voor bepaalde bloembollen, groenteplanten en boomkwekerijgewassen.

Teel resistente rassen

Met kennis van de aanwezige populatie kunt u de plaag bestrijden met de teelt van hoog resistente aardappelrassen. Op besmet verklaard terrein kunt deze teelt als een bestrijdingsmaatregel melden bij de NVWA.

Reinig machines

Als teler bent u verplicht om machines en voertuigen grondig te reinigen na gebruik op besmet verklaarde terreinen om verspreiding via aanhangende grond te voorkomen. Dat geldt ook voor loonwerkers en alle anderen die op uw terrein werken. We adviseren om systematisch machines schoon te maken na het werken op een perceel en te controleren of machines die van andere bedrijven komen schoon zijn.

Zoek hulp bij een vermoeden van virulente populaties

Teelt u een hoog resistent ras en denkt u dat de AM-populatie is toegenomen? Dan heeft u mogelijk met een virulente populatie te maken. Zoek dan professionele hulp en laat die populaties onderzoeken. Volg de algemene voorzorgsmaatregelen goed en ben extra voorzichtig tot u meer weet over de populatie.

Ontdekt u een besmetting met AM op een resistent ras, waarbij er sprake kan zijn van een heuse doorbraak in resistentie? Dan moet u dit direct bij ons melden. Er volgt dan een onderzoek naar het karakter van de aanwezige populatie.

Beheer van zeef- en sorteergrond

Komt zeef- en sorteergrond van een besmet terrein? U mag het alleen terugbrengen naar het terrein waarvan het afkomstig is. Ons advies is om deze grond nooit onbehandeld terug te brengen naar uw percelen. Dit kan een grote bron van nieuwe besmettingen zijn. Voor advies over een effectieve behandeling kunt u de flyer Management zeef-en sorteergrond van BO Akkerbouw gebruiken.

Bestrijd aardappelopslag

Zorg dat er geen aardappelopslag op uw percelen blijft staan. Deze planten dienen als waardplant en houden de populatie aardappelcysteaaltjes in stand. Er geldt ook een teeltvoorschrift voor de bestrijding van aardappelopslag.

Mijn terrein is besmet verklaard

Als de NAK in officieel onderzoek een besmetting vast stelt, dan krijgt u van de NVWA een besmetverklaring. Bekijk welke gevolgen dit voor u heeft.

Waar staat dit in de wet?

Om verspreiding van deze aaltjes te voorkomen geldt binnen de Europese Unie de EUUitvoeringsverordening (EU) 2022/1192.

Daarnaast geldt Verordening (EU) 2019/2072. Hierin is de quarantainestatus van de nematoden Globodera pallida en Globodera rostochiensis vastgelegd en wordt aangegeven welke eisen voor deze organismen gelden bij import en teelt in de EU.