Transport van verwerkte dierlijke eiwitten

Er gelden specifieke regels voor het transport van verwerkte dierlijke eiwitten en enkele andere voedermiddelen van dierlijke oorsprong. Dit om verspreiding van de dierziekte BSE of soortgelijke ziekten tegen te gaan. Deze regels gelden naast de algemene regels die gelden voor scheiding en hygiëne bij vervoer van diervoeders.

Voorkómen van versleping

Op het gebruik van dierlijke eiwitten in voeders voor landbouwhuisdieren zijn strenge regels van toepassing. In voeders voor bepaalde diersoorten mogen sommige dierlijke eiwitten worden verwerkt, in voeders voor andere diersoorten absoluut niet. Vervoert u gelijktijdig of achtereenvolgens diervoeders voor verschillende diersoorten in hetzelfde transportmiddel? Dan zouden dierlijke eiwitten uit het voeder voor de ene diersoort terecht kunnen komen in een voeder voor een andere diersoort, waaraan deze eiwitten niet gevoederd mogen worden. Deze overdracht wordt ook wel versleping genoemd.

Goedkeuring reinigingsprotocol

Om versleping te voorkomen moet er tussentijds gereinigd worden volgens een gedocumenteerde procedure. Voordat zo’n reinigingsprocedure mag worden toegepast moet deze eerst worden goedgekeurd door de NVWA. Op de pagina Feedban: goedkeuring transportbedrijf leest u in welke situaties reiniging volgens een goedgekeurd protocol nodig is. U kunt daar ook goedkeuring van uw reinigingsprotocol aanvragen.

Zie ook: Lijst van bedrijven met een goedgekeurd reinigingsprotocol

Waar staat dit in de wet?

Zie voor meer informatie bijlage IV van de TSE-verordening.

Hierin staan ook regels over: