Regels voor stichtingen die honden of katten uit buitenland invoeren

De regels voor import van honden en katten zijn onder andere opgesteld voor stichtingen die deze dieren uit het buitenland importeren naar Nederland.

Deze regels zijn er om de veiligheid van mens en dier zo goed mogelijk te waarborgen. Bij de import van honden en katten ligt het gevaar van hondsdolheid of rabiës op de loer. Rabiës is een dodelijke aandoening als gevolg van een infectie die wordt overgedragen via speeksel. Ook mensen kunnen hieraan overlijden. Mensen kunnen rabiës oplopen door een beet of een lik van dier dat met rabiës is besmet, bijvoorbeeld een hond, kat, fret of vleermuis. Rabiës komt veel voor in Afrikaanse en Oost-Europese landen. De import van honden of katten uit deze landen vormt daarom een groot risico voor mens en dier, als hierbij niet zorgvuldig met de wettelijke regels wordt omgegaan.

Bij de import van honden en katten maken we onderscheid tussen intraverkeer en import uit derde landen. Intraverkeer is het vervoer van goederen binnen de Europese grenzen. Stichtingen die honden of katten uit het buitenland invoeren en ze plaatsen bij mensen die in Nederland wonen, worden gezien als handelsondernemingen en moeten voldoen aan dezelfde regels als handelaren.

Wettelijke eisen voor invoeren honden, katten of fretten uit Europees land naar Nederland

Honden, katten of fretten die u importeert, moet u aanmelden in het handelscontrolesysteem TRACES. Het is een overkoepelend Europees netwerk van veterinaire gezondheid dat de import en export van handel in dieren en dierlijke producten registreert, certificeert en monitort. In principe regelt de exporterende partij de registratie in TRACES, maar een importerende stichting kan dit ook zelf regelen. De geadresseerde in het gezondheidscertificaat staat op naam van de stichting.

TRACES maakt elektronisch en in alle officiële talen van de EU documenten aan:

  • gezondheidscertificaten voor de intracommunautaire handel
  • gemeenschappelijke veterinaire documenten van binnenkomst (GDB’s)
  • handelsdocumenten voor dierlijke bijproducten

Een stichting moet een handelserkenning hebben (Regeling handel levende dieren en levende producten, artikel 2.28). Daarnaast moet een stichting een inslagregister en uitslagregister bijhouden waarin de eindbestemming voor elke hond aangetoond kan worden (Regeling handel levende dieren en levende producten, artikel 2.62).

Om honden, katten en fretten te mogen invoeren (intraverkeer), moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • de dieren hebben een Europees dierenpaspoort
  • de dieren zijn gechipt
  • de dieren hebben een geldige rabiësinenting
  • honden zijn ingeënt tegen de ziekte van Carré (hondenziekte)
  • er is een gezondheidscertificaat bij de dieren aanwezig. Er geldt een verplichte bewaartermijn van 3 jaar voor dit certificaat.

Europees dierenpaspoort (verplicht bij invoeren)

Wanneer een stichting een hond, kat of fret importeert, moet het dier een EU-paspoort hebben. Dit kan alleen een goedgekeurd Europees dierenpaspoort zijn. Alleen dierenartsen verkopen dit dierenpaspoort. Het paspoort wordt bij overdracht van het dier meegegeven zodat de nieuwe eigenaar de beschikking heeft over de gegevens die in het paspoort zijn opgenomen, zoals herkomst, chipnummer en vaccinaties.

Chippen en registratie

Een hond, kat of fret die uit het buitenland komt, moet al gechipt zijn voordat het dier de grens over gaat. Zonder chip mag u het dier niet importeren. Is het dier niet gechipt, dan moet dat alsnog zo snel mogelijk gebeuren. Meer informatie vindt u op de website chipjedier.nl

Een hond moet u binnen 2 weken aanmelden bij een geregistreerde databank (website Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Als de hond bij import nog niet gechipt was, dan doet u bij de aanmelding een zogeheten contactmelding. U kunt dan aangeven dat het dier bij import nog niet gechipt was.

Geldige rabiësenting en inenting ziekte van Carré

Bij invoer in Nederland moet een hond, kat of fret altijd een geldige rabiësvaccinatie hebben gehad in het land van herkomst. Of een rabiësvaccinatie geldig is, hangt af van de entstof en de bijsluiter. Deze inenting kan pas vanaf 12 weken worden gegeven. Een 1e rabiësvaccinatie is pas geldig na een wachttermijn van 21 dagen. Dit betekent dat u het dier op een leeftijd van 15 weken van de ene lidstaat naar het andere mag worden brengen. Deze regels gelden voor commercieel én niet-commercieel verkeer van honden, katten en fretten, en ook als u minder dan 5 dieren vervoert.

Inenting ziekte van Carré

Voor invoer in Nederland is het ook verplicht dat een hond is ingeënt tegen de ziekte van Carré (hondenziekte).

Dit staat in de Regeling handel levende dieren en levende producten, artikel 8.3, lid 2e en Richtlijn 92/65 EG, artikel 10, lid 2.

Bent u dierenarts?

Informatie over het EU paspoort en chippen van honden vindt u in het informatiebulletin van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) en de NVWA.

Honden katten en fretten naar verschillende bestemmingsadressen (commercieel vervoer, intra EU)

  • Bij geïmporteerde honden, katten en fretten is voor elk bestemmingsadres een apart gezondheidscertificaat nodig.
    Bijvoorbeeld: 10 honden worden getransporteerd vanaf vliegveld Schiphol naar 5 verschillende opvangadressen, hier zijn dan 5 originele gezondheidscertificaten bij aanwezig.
  • Wanneer dieren op Schiphol worden overgedragen aan een stichting/handelaar, dan moet er een gezondheidscertificaat bijzitten met het adres van deze stichting/handelaar. Als stichting/handelaar moet u ook een sluitend register hebben van de aanvoer en de afvoer naar de uiteindelijke bestemming van de dieren. Deze gegevens moet u minimaal 3 jaar bewaren.
  • Wanneer een zending geïmporteerde dieren vanaf een verzamelpunt, bijvoorbeeld een parkeerplaats, aan een handelaar of stichting wordt overgedragen, moet er een gezondheidscertificaat aanwezig zijn. Als stichting/handelaar moet je ook een sluitend register hebben van de aanvoer en de afvoer naar de uiteindelijke bestemming van de dieren. Deze gegevens moet u minimaal 3 jaar bewaren.
  • Dieren die vanaf een handelaar of stichting in Nederland, naar een eigenaar of adoptant in Nederland gaan, hebben geen individueel gezondheidscertificaat nodig. Er is wel een gezondheidscertificaat nodig voor de hele zending tot ze op het adres van de handelaar of stichting zijn aangekomen. Als stichting/handelaar moet je wel een sluitend register hebben van de aanvoer en de afvoer naar de uiteindelijke bestemming van de dieren. Deze gegevens moet u minimaal 3 jaar bewaren.
  • 1 of meerdere honden, katten of fretten die via Nederland worden doorgevoerd naar een andere lidstaat, hebben vanuit het herkomstland een eigen gezondheidscertificaat nodig met de eindbestemming in die betreffende lidstaat.Tracés bevat niet alleen herkomst en bestemming maar ook vervoerdersgegevens. U kunt het vervolg van de reis niet laten uitvoeren met een andere vervoerder. Bovendien moeten de eisen transportverordening gewaarborgd blijven.

Vergunning aanvragen voor transport

Voor commerciële transporten boven de 65 kilometer moet u een vergunning aanvragen; óók binnen Nederland. De transporteur vraagt de vergunning aan bij de NVWA. De geldigheidsduur van de vergunning is 5 jaar. Laat u dieren commercieel transporteren, dan is het verstandig om te controleren of de transporteur hiervoor de benodigde vergunning heeft. Deze vergunning is niet nodig als het gaat om privévervoer van een dier.

Als het transport langer dan 8 uur duurt, valt dit onder de categorie 'lang transport'. Voor 'lang transport' met levende dieren gelden speciale regels:

  • Het voertuig moet gecertificeerd zijn. Dit kan bij de RDW. Bij controle moet de transporteur het originele certificaat van goedkeuring kunnen tonen.
  • Het vervoer van honden moet voldoen aan Transportverordening (EG) Nr. 1/2005. Hierin staan de inrichtingseisen van het vervoermiddel en de vervoerder beschreven.

Tijdelijk opvangadres

De houder van de hond is degene die verantwoordelijk is voor de dagelijkse verzorging. Onder een houder van een hond, kat of fret valt ook een tijdelijk opvangadres, zoals een adoptiegezin, of een gastgezin. Een houder is verplicht om het dier op zijn naam te registreren, ongeacht de periode dat het dier bij de houder is.

Dierlocatie registreren en vakbekwaamheidsbewijs

Heeft u een stichting die zwerfhonden importeert die geen eigenaar hebben? En is uw stichting houder of eigenaar van de honden? Dan moet u zich registreren met een uniek bedrijfsnummer (UBN) bij de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Bij RVO kunt u een UBN-nummer aanvragen.

Heeft uw stichting opvangadressen en is hierbij sprake van bedrijfsmatigheid? Dan moeten deze opvangadressen ook een UBN-nummer aanvragen bij RVO. Kijk voor de beoordelingscriteria voor bedrijfsmatigheid op de website van RVO.

Bovendien moet er een beheerder werkzaam zijn op de locatie die in het bezit is van een erkend bewijs van vakbekwaamheid. Kijk voor meer informatie over de eis voor een beheerder op de site van RVO.

Heeft uw stichting opvangadressen en is bij deze adressen geen sprake van bedrijfsmatigheid?  Dan hoeven deze opvangadressen geen UBN aan te vragen. Uw stichting moet wel aantonen wat het opvangadres is en hoe lang de hond daar verblijft (zie artikel 3.23 in het Besluit houders van dieren).

Eisen huisvesting

De huisvestingsregels voor honden en katten staan in het Besluit houders van dieren (artikel 3.12, 3.13, 3.16, 3.21, 3.23 en in Nota van toelichting: paragraaf 5.5. laatste alinea). Exacte afmetingen waar de hokken aan moeten voldoen, staan in het oude Honden- en katten besluit uit 1999.

Gezondheidsstatus en enting

Sommige honden en katten die bij een stichting of een andere inrichting verblijven moeten in quarantaine:

Honden die bij een stichting of een andere inrichting verblijven, moeten worden ingeënt tegen:

  • Parvo;
  • Hondenziekte;
  • Hepatitis Contagiosia Canis (HCC).

Katten moeten worden ingeënt tegen:

  • Panleucopenievirus;
  • Feline herpes- en calicivirus.

De honden en katten moeten binnen 5 dagen worden geënt. Daarna moeten de dieren nog 7 dagen in quarantaine blijven, tenzij ze eerder naar de nieuwe eigenaar of adoptant toegaan. Dit staat in de Regeling houders van dieren artikel 8.3 en artikel 8.4.

Wetgeving en regelgeving

De wetgever ziet stichtingen als handelsbedrijven die dieren afleveren. Daarom zijn stichtingen verplicht om te voldoen aan de eisen in de volgende wet- en regelgeving: