Wat zijn quarantaine-organismen?

Quarantaine-organismen (ook wel: Q-organismen of Q’s) zijn schadelijke bacteriën, insecten, schimmels, nematoden (aaltjes) en virussen die niet of nauwelijks in de Europese Unie (EU) voorkomen. Deze organismen zijn schadelijk voor gewassen omdat ze een plaag kunnen vormen of ziektes veroorzaken. Dit kan grote economische gevolgen hebben. In de EU gelden daarom regels om Q-organismen te weren en te bestrijden.

Schadelijke organismen met quarantaine-status

Bepaalde organismen kunnen planten ziek maken of plagen vormen. Hierdoor kan veel schade ontstaan aan gewassen.

Om de schade door plantenziekten en plagen te beperken zijn er binnen de EU afspraken gemaakt. Organismen die erg schadelijk zijn en hier nog niet of nauwelijks voorkomen krijgen de quarantaine-status. Dit zijn quarantaine-organismen. Ze worden ook wel Q-organismen of Q’s genoemd.

Kijk welke organismen de quarantaine-status hebben.

EU-afspraken om schade te beperken

Er gelden in de EU regels om de introductie of verspreiding van Q-organismen te voorkomen. Bijvoorbeeld:

  • Bij import uit een land buiten de EU is een fytosanitair certificaat nodig. Hierin verklaart het land van herkomst dat de planten zijn onderzocht en vrij zijn van Q-organismen.
  • Er is een meldplicht. U moet het direct melden als u een Q-organisme aantreft.
  • Bij de vondst van een Q-organisme zijn direct maatregelen nodig. Meestal moet het Q-organisme uitgeroeid worden.

Waarom zijn deze organismen zo schadelijk?

Inheemse planten hebben vaak geen natuurlijke afweer tegen organismen uit andere werelddelen. Tegelijkertijd zijn er vaak geen natuurlijke vijanden aanwezig. Daardoor kan een organisme zich snel verspreiden en is er meer risico op een uitbraak.

Dit kan ernstige gevolgen hebben. De organismen vormen een bedreiging voor de biodiversiteit. Ook kan er economische schade ontstaan. Bijvoorbeeld als oogsten mislukken of als de export van plantaardige producten wordt stilgelegd.

Hoe komen deze organismen hier?

Schadelijke bacteriën, schimmels, insecten en andere schadelijke organismen kunnen de EU binnenkomen via geïmporteerde planten of plantenmateriaal, zoals groente, fruit, zaden, snijbloemen en kamer- en tuinplanten. Maar bijvoorbeeld ook via geïmporteerd hout of via kleding of koffers van toeristen.

Tegenwoordig kunnen deze organismen hier ook makkelijker overleven. De zachtere winters maken het mogelijk dat deze organismen hier hun volledige levenscyclus kunnen doorlopen. De zomers komen tegelijkertijd steeds meer in de buurt van het tropische klimaat van waar de meeste van deze organismen vandaan komen.

Verschillende soorten Q-organismen

Voor sommige Q-organismen gelden strengere of juist minder strenge regels. Dit zijn:

  • prioriteitsorganismen
  • organismen waarvoor noodmaatregelen gelden
  • quarantainewaardige organismen
  • quarantaine-organismen die al in Nederland of andere EU-landen voorkomen
  • PZ-quarantaine-organismen

Prioriteitsorganismen

Q-organismen die momenteel de grootste dreiging voor de EU vormen, zijn aangewezen als prioriteitsorganismen. Bij deze organismen is er bijvoorbeeld een grote kans op verspreiding of de bestrijding is heel lastig. Introductie van prioriteitsorganismen kan leiden tot de volgende problemen:

  • De opbrengt van gewassen vermindert.
  • De kwaliteit van gewassen gaat achteruit.
  • Er ontstaan problemen rond voedselzekerheid: het is niet zeker of er nog voldoende voedsel verbouwd kan worden.
  • Er moeten meer bestrijdingsmiddelen gebruikt worden.
  • Er verdwijnen plantensoorten.
  • De biodiversiteit wordt bedreigd.
  •  De plantensector krimpt.
  • De EU krijgt te maken met Internationale handelsbeperkingen.

Voor prioriteitsorganismen gelden er daarom strengere regels dan andere Q-organismen. Ter voorbereiding op mogelijke vondsten van prioriteitsorganismen heeft de NVWA bestrijdingsplannen opgesteld, in de vorm van eliminatiemaatregelen en draaiboeken.

Een overzicht van de prioriteitsorganismen staat in de bijlage van verordening (EU) 2019/1702. Voorbeelden van prioriteitsorganismen zijn Xyella fastidiosa, de Japanse kever en Anoplophora boktorren.

Organismen waarvoor noodmaatregelen gelden

In sommige situaties kan de EU noodmaatregelen nemen tegen bepaalde Q-organismen. Deze maatregelen zijn tijdelijk en kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op een specifieke handelsstroom. Na een bepaalde tijd wordt beoordeeld of de maatregelen nog nodig zijn. Als de situatie dan verbeterd is, worden de maatregelen opgeheven.

In 2023 stelde de EU bijvoorbeeld noodmaatregelen in om verspreiding van het tomatenvirus ToBRFV tegen te gaan. De noodmatregelen golden voor zaden en planten van tomaat, paprika en Spaanse peper bij import van buiten de EU en bij handelsverkeer binnen de EU. In 2025 werden de noodmaatregelen voor ToBRFV opgeheven. ToBRFV kreeg toen de RNQP-status.

De geldende noodmaatregelen staan vermeld in het register Q-organismen.

Quarantainewaardige organismen

Een aantal organismen heeft in Nederland de status 'quarantainewaardig'. Voor deze organismen heeft de EU nog geen regels, maar vindt Nederland het risico op schade door deze organismen te groot. We willen dan niet wachten op  EU-wetgeving.

De National Plant Protection Organization (NPPO) kan een organisme quarantainewaardig verklaren. Dit gebeurt op basis van een Quick scan door de NVWA. Voor quarantainewaardige organismen gelden in Nederland dezelfde regels als voor quarantaine-organismen. Zo wordt voorkomen dat ze via Nederland de EU binnenkomen en zich vestigen. Soms nemen andere EU-landen ook maatregelen tegen dezelfde organismen.

Een quarantainewaardige status is tijdelijk. Na enkele jaren beoordeelt de EU of het organisme de status Q-organisme krijgt. De quarantainestatus geldt dan in alle EU-landen. Dit heet harmonisatie. De quarantainewaardige status vervalt na de EU-beoordeling, ook als het organisme geen Q-organisme wordt.

De quarantainewaardige organismen staan vermeld in het register Q-organismen.

Q-organismen die al in Nederland of andere EU-landen voorkomen

Een klein aantal Q-organismen komt al voor in de EU. De EU kan bepalen dat een organisme in bepaalde gebieden niet uitgeroeid hoeft te worden, maar alleen ingeperkt. Uitgangspunt is dan dat verdere verspreiding vanuit deze gebieden wordt voorkomen, en dat een vondst buiten deze gebieden wel wordt uitgeroeid.

Voor Nederland geldt deze uitzonderingssituatie voor  de volgende Q-organismen:

PZ-quarantaine-organisme

Sommige EU-landen willen bepaalde gebieden vrij houden van bepaalde organismen. Dit gebied wordt dan een Protected Zone (PZ) verklaard en het organisme wordt hier dan als Q gezien. Bij het verhandelen van planten naar deze beschermde gebieden, moeten de planten dus vrij zijn van de betreffende PZ-Q-organismen. PZ-Q-organismen hoeven niet aan ons te worden gemeld.

Lees meer over PZ-Q-organismen.

Hoe kan ik Q-organismen op mijn bedrijf voorkomen?

Als teler, kweker, handelaar of importeur kunt u verschillende preventieve maatregelen nemen. U kunt hier ook advies over vragen bij uw keuringdienst, gebruikmaken van de informatiemiddelen op onze website of van andere instanties zoals EPPO en EFSA.

  • Zoek uit welke Q-organismen een risico vormen voor uw bedrijf. Dit is onder meer afhankelijk van de planten waarin u handelt en de landen waar de planten vandaan komen. Zo weet u op welke schadelijke organismen en/of symptomen u de planten visueel kunt controleren en/of laten toetsen. 
  • Werk zo hygiënisch mogelijk. Stel een hygiëneplan op waarin u beschrijft welke maatregelen u neemt en hoe u die uitvoert.  
  • Houd uw administratie goed bij. Dit is verplicht, en is nodig om (mogelijk) besmette partijen snel en goed te kunnen traceren.
  • Meld u aan voor onze vakmeldingen voor updates over recente ontwikkelingen.

Meld Q-organisme

Treft u ondanks deze maatregelen toch een Q-organisme aan? Meld dit dan direct bij ons. De NVWA heeft de benodigde bevoegdheden en expertise voor het bestrijden van Q’s. Met uw melding kunt u een grote uitbraak voorkomen.

Eisen bij handel binnen de EU en bij import

Handel binnen de EU

Planten en plantaardige producten die in de EU worden verhandeld moeten vrij zijn van Q-organismen. Dit geldt ook voor Q-organismen die al in een EU-land voorkomen en daar alleen ingeperkt worden (zie hierboven).

Controleer uw planten dus op Q-organismen voordat u ze in de handel brengt. Breng daarna een plantenpaspoort aan, of laat dit doen. Met het plantenpaspoort verklaart u dat er geen Q-organismen op uw product aanwezig zijn.

Import uit landen buiten de EU

Producten van buiten de EU moeten vrij zijn van Q-organismen als ze de EU binnenkomen. Daarom is bij import uit een land buiten de EU een fytosanitair certificaat nodig. Hierin verklaart het land van herkomst dat de planten zijn onderzocht en vrij zijn van Q-organismen.

Bij de import van bepaalde producten gelden extra eisen. De plant moet dan bijvoorbeeld op een bepaalde manier behandeld zijn, bijvoorbeeld met kou of bestrijdingsmiddelen. Vaak moet op het fytosanitaire certificaat dan ook een extra verklaring staan, de zogenoemde bijschrijving. Daarmee geven de autoriteiten van het exporterende land aan op welke manier de producten aan de eisen voldoen.

De producten worden bij binnenkomst in de EU geïnspecteerd. Meestal wordt dit door de keuringsdiensten gedaan, soms door de NVWA. Treffen we toch een Q-organisme aan bij een import-inspectie? Dan mag de betreffende partij de EU niet in. U kunt de partij dan terugsturen of laten vernietigen bij een erkende vernietigingslocatie.

Zie ook de pagina Importeren van planten, groenten, fruit, plantaardig materiaal.

Export naar landen buiten de EU

Wilt u planten of plantaardig materiaal exporteren naar een land buiten de EU? Kijk dan in de exportassistent welke eisen het betreffende land stelt. Een organisme dat binnen de EU geen quarantaine-status heeft, heeft dat buiten de EU misschien wel.

Kijk voor meer informatie op de pagina Export, planten, groenten, fruit, plantaardige producten.

Waar staat dit in de wet?

In de Plantgezondheidswet staat hoe Nederland om moet gaan met ziekten en plagen. Deze wet is gebaseerd op de Plantgezondheidsverordening, EU-Verordening 2016/2031. In de bijlages van deze verordening staan details over Q-organismen en eventuele eisen die daarvoor gelden. Deze informatie is verwerkt in de volgende documenten:

De officiële wetteksten staat op de EU-website eur-lex.europa.eu. De wetteksten staan hier in verschillende talen. In bijlages bij Verordening EU 2019/2072 staat de volgende informatie:

  • Quarantaine-organismen die niet in de EU voorkomen: bijlage IIA
  • Quarantaine-organismen die beperkt in de EU voorkomen: bijlage IIB

Prioriteitsorganismen zijn apart benoemd in bijlage Verordening EU 2019/1702

Organismen waarvoor noodmaatregelen gelden zijn opgenomen in verschillende verordeningen. Een verwijzing naar deze verordeningen kunt u vinden in het Register Q-organismen.