Uitzonderingen rookverbod: buitenterrassen, rookruimten, privéruimten

Buitenterras en evenementtenten

Roken mag op een buitenterras als dit niet leidt tot rookoverlast binnen in de horeca-inrichting. Een buitenterras moet minstens aan 1 zijde volledig open zijn en mag niet afgeschermd zijn met plantenbakken of ander materiaal. De open zijde mag ook de bovenzijde zijn. Wanneer het terras overkapt is met een luifel of parasol, moet 1 van de zijkanten volledig open zijn.

Als een buitenterras zich over meerdere zijden van een pand uitstrekt, dan geldt elk gedeelte van een verbonden terras per zijde van het pand als een apart terras. Zo wordt een verbonden terras dat zich bevindt aan (een deel van) de voorkant en (een deel van) de zijkant van een pand (een zogenaamd L-vormig terras) niet aangemerkt als 1 enkel terras, maar als 2 aparte terrassen. Voor zowel het terras aan de voorkant als aan de zijkant van het pand geldt dan dat 1 zijde volledig open moet zijn.

Roken op een terras in een overdekt winkelcentrum mag niet. In het winkelcentrum geldt een rookverbod waardoor ook niet op terrassen in dat winkelcentrum mag worden gerookt.

Evenementtenten waarin horecawerkzaamheden plaatsvinden en/of waar activiteiten van het evenement plaatsvinden zoals muziekoptredens zijn niet aan te merken als terras. In deze overdekte tenten mag niet gerookt worden, ook niet als deze aan 1 of meerdere zijden open zijn.

Rookruimte

Rookruimtes zijn niet toegestaan in horecabedrijven. Per 1 juli 2021 sluiten rookruimtes in (semi-)overheids- en openbare gebouwen. Per 1 januari 2022 sluiten rookruimtes in gebouwen van het bedrijfsleven.

De definitie van horeca-inrichting is in de Tabaks- en rookwarenwet vastgelegd en betreft onder andere cafés, discotheken, coffeeshops en shishalounges, maar ook concertzalen, hotels en restaurants. En daarnaast sportinrichtingen zoals sportkantines en sporthallen.

(Semi-)overheids- en openbare gebouwen zijn gebouwen van de volgende sectoren:

  • Zorg
  • Onderwijs
  • Cultuur
  • Sport
  • Overheidsgebouwen

Tot 1 januari 2022 moet een rookruimte in het bedrijfsleven voldoen aan specifieke eisen:

  • De rookruimte is afgesloten met een deur.
  • De ruimte is aangeduid als rookruimte.
  • De rookruimte geeft geen rookoverlast in aangrenzende ruimtes.
  • Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de rookruimte.
  • De rookruimte bevat geen andere of meer faciliteiten dan de andere ruimten.
  • De rookruimte mag geen verkeersruimte zijn. De rookruimte mag dus niet fungeren als de noodzakelijke doorgang om een andere ruimte te bereiken.
  • De rookruimte is niet in gebruik als kopieerruimte of vergaderruimte.
  • Een ruimte is permanent aangewezen als rookruimte. Wisselend gebruik van een ruimte als werkruimte en rookruimte is niet toegestaan.

Privéruimten

De verplichting voor een rookvrije werkplek geldt niet in privéruimten. Inbreuk op de persoonlijke levenssfeer mag niet in deze ruimten. Degene die zeggenschap heeft over de privéruimten bepaalt welk rookbeleid geldt. Werknemers die werken in woningen of andere privéruimten kunnen geen beroep doen op een rookvrije werkplek. Denk daarbij aan catering en thuiszorg in privéwoningen.